Prunus spinosa – Sleedoorn

  • Habitus: Heester  –  Heester
  • Blad: Groen
  • Wintergroen: Nee
  • Bladhoudend: Nee
  • Bloemen: wit
  • Vruchten: eetbare vruchten
  • Afmeting: 5 m. tot 6 m. hoog
  • Bloeiperiode: Maart – april
  • Oogsttijd: Na de vorst
  • Winterhardheid: Zeer winterhard
  • Giftig: Nee

Plantadvies:

Plant Prunus spinosa aan in voedingrijke en voldoende vochtige bodem  bv. Vivimus universeel DCM. De sleedoorn verdraagt schaduw, maar een half schaduw tot zonnige standplaats heeft de voorkeur.

Snoeien:

Prunus spinosa mag na de bloei drastisch gesnoeid worden.

Bemesten:

De sleedoorn heeft vrijwel geen bemesting nodig, gewone tuingrond voldoet.

Speciaal:

Prunus spinosa is een inheemse, doornig vertakte, tot 6 m. hoge heester die in het voorjaar uitbundig wit bloeit en in het najaar eetbare, blauwzwarte vruchten draagt. De plant is zeer veelzijdig; hij wordt gebruikt voor wilde hagen en houtwallen vanwege zijn dichte groei en doorns die ongewenste indringers weren. De struik bloeit in maart-april met een overvloedige, wolkachtige witte bloei, voordat de bladeren verschijnen. De vroege bloei trekt veel insecten aan, en de vruchten dienen als voedsel voor vogels. De witte sleedoornbloemen kunnen voor thee gebruikt worden. Na de eerste vorst worden de wrange, blauwzwarte vruchten (Sloe-berrie) zoeter en geschikt voor verwerking in jam, sappen en likeur (Sloe gin).  De doornige takken bieden een veilige broedplaats voor (zang) vogeltjes. Op een bloeiende sleedoorn komen heel wat insectensoorten af, zoals honigbij, zweefvliegen en dagvlinders. Sleedoornbessen zijn voedsel voor onder meer lijsters.